Medische zorg

Naast goede zorg bieden is het belangrijk dat u zich fijn voelt tijdens en na de behandeling. Wij doen er alles aan om u die zorg te bieden die u nodig heeft.

Bent u bang? Heeft u een vervelende ervaring en ziet u erg tegen de behandeling op? Wilt u uitgebreid geïnformeerd worden voor en/of tijdens de behandeling? Vindt u het spannend? Wij zijn er voor u!

Onder behandelingen vindt u al onze reguliere behandelingen. Onder hygiëne vindt u alle adviezen voor het behoud van een gezonde mond.

Hieronder vindt u informatie waarom en hoe wij tijdens elke controle de condities van uw tandvlees onderzoeken en vastleggen.

Wat voor cijfer heeft uw tandvlees?

‘Ik voel mij erg rustig als ik in de stoel lig, dat zegt toch genoeg?’
Reactie uit onze patiënten enquête

Vragen...

Waar moeten mensen met het syndroom van Down op letten?

Bij nogal wat mensen met een verstandelijke handicap of met het syndroom van Down komen slappe tong- en mondspieren voor. Bij mensen met het syndroom van Down breken de tanden en kiezen vaak later en onregelmatig door. Ook het wisselen verloopt vertraagd. Dit is echter geen probleem. Een paar andere eigenschappen kunnen wel extra problemen met de mond veroorzaken.

Slappe tong- en mondspieren bemoeilijken het slikken, eten, drinken en spreken. Ook de natuurlijke zelfreiniging van de mond is minder. Daardoor ontstaat meer plak. De tong ligt vaak over de ondertanden en de onderlip. Mensen met het syndroom van Down hebben vaak infecties aan luchtwegen. Daardoor ademen ze meer door de mond. Mondademhalen veroorzaakt een droge mond. Doordoor is de beschermende werking van het speeksel beperkt. Bovendien hebben mensen met het syndroom van Down een verminderde weerstand en krijgen hierdoor gemakkelijker ontstekingen. Ze hebben daarom extra last van tandvleesontsteking, veroorzaakt door plak. Ook omdat de wortels van tanden en kiezen bij mensen met deze handicap vaak korter zijn, loopt het gebit extra risico. Bij een tandvleesontsteking kunnen de tanden en kiezen sneller los gaan staan. Al deze factoren vergroten de kans op het ontstaan van gebitsproblemen. Een goede mondhygiëne kan deze problemen voorkomen.

Bevorder goede mondgewoonten. Daarvoor is het belangrijk dat uw pupil zo vroeg mogelijk leert de tong op de goede plaats te houden, dus zo veel mogelijk achter de voortanden. Stimuleer dat uw pupil de tong goed gebruikt. Daarmee kunt u al vroeg beginnen. Het geven van borstvoeding bijvoorbeeld stimuleert het juiste gebruik van de tong meer dan het geven van de fles. Voor uitleg en oefeningen over het juiste gebruik van de tong kunt u het beste terecht bij een logopedist. U kunt het ademhalen door de neus bij uw pupil bevorderen door consequent te proberen of u de mond van uw pupil kunt sluiten als hij slaapt.

Lees verder